Tijdens mijn werk blijkt maar al te vaak dat we zeggen met elkaar samen te werken, zonder ons te verdiepen in de ander. Daarmee heeft samenwerken wel een heel egoïstische grondslag gekregen. ‘Het brengt mij iets extra’s, maar of het die ander vooruithelpt, dat is zijn/haar probleem’. Mooier zou zijn als we ons de grondslag van ‘laat de ander beter presteren’ eigen zouden maken. Ik ben ervan overtuigd dat je dan zelf ook echt niet tekortkomt.
Ik moet eerlijkheidshalve bekennen, dat dit sneller opgeschreven is, dan gepraktiseerd. Ik kijk zelf iets te vaak terug op trajecten, waarbij ik denk: hoe weet ik eigenlijk of die ander er ook gelukkiger door geworden is, wat wilde hij/zij eigenlijk bereiken en wat is zijn of haar achtergrond eigenlijk? Ik word daar beter in, maar er blijft nog genoeg ontwikkelruimte over, zullen we maar zeggen.
En wat ik persoonlijk ervaar, ervaar ik ook om me heen. Als medewerkers van verschillende organisaties met elkaar aan probleemoplossing doen, gebeurt dat veelal vanuit de eigen organisatie en niet vanuit het gezamenlijke probleem. De interesse om te weten te komen hoe een ander tegen het probleem aankijkt en waarom hij/zij dat doet, is maar sporadisch aanwezig.
En daarom pleit ik voor een verplichte maatschappelijke stage voor iedereen. Waarom alleen voor middelbare scholieren? Volgens mij zijn we allemaal aan een ‘heropvoeding’ op dit punt toe. En ik besef: met mij voorop. Ik ga om me heen kijken.
Is getekend: Alvin Noteboom.